In gesprek met Joost van der Stappen


Joost van der Stappen (55 jaar) is sinds het prille begin, augustus 2016, is één van de projectleiders van het Windpark Weert. Als projectleider beseft Joost goed dat niet iedereen enthousiast is over het plaatsen van de windmolens in Weert. “Het gaat erom dat je de mensen meeneemt in het traject. Dat je eerlijk bent. Niet met een kant-en-klaar plan komt, maar de betrokkenen meeneemt in het proces.” 

Voorloper

Joost noemt zichzelf een persoon avant la lettre als het om duurzaamheid gaat. Al op jonge leeftijd zag hij dat de bio-industrie anders moest. “Ik had zes ooms die varkens hielden. De toestand in de stal, het schreeuwen van de biggen. Je zag de spanning in de ogen van de varkens. Dat moest anders.” Joost besloot vegetariër te worden. Hij studeerde Geografie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. De reden dat ik voor Utrecht heb gekozen, was de afdeling cartografie. Als je iets met kaarten maken wilde doen, kon dat op één plek in Nederland en dat was Utrecht.” In de jaren tachtig kwam de computer op. Om zijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, koos Joost voor de afstudeerrichting Economische Geografie. Deze richting houdt zich onder andere bezig met de vragen: waarom vestigt een bedrijf zich op een plek en welke economische factoren spelen daarbij een rol?

In zijn studententijd lifte Joost door grote stukken van Europa. “In die tijd was liften heel gewoon. Het was een goedkope, maar ook duurzame en sociale manier van reizen.” In Utrecht kwam hij op een liftplek zijn vrouw Willie tegen. “Willie studeerde Biologie in Utrecht en stond met een andere student op een lift te wachten. We kregen met z’n drieën een lift naar het Zuiden.” Joost stapte uit in zijn geboortedorp Heesch (gemeente Bernheze) en Willie in Roggel (gemeente Leudal). Voor zijn doctoraal deed Joost één jaar onderzoek in Florida (Amerika). Daar onderzocht hij Economic Development Organisaties. Dat zijn organisaties die de economische bedrijvigheid in de regio bevorderen en soms bedrijventerreinen exploiteren. 

Loopbaan

Joost veranderde in zijn loopbaan nogal eens van baan. Door de economische crisis in de jaren tachtig was het lastig om werk te vinden. Joost werd alsnog opgeroepen voor zijn militaire dienstplicht. Hij weigerde en vond vervangende dienstplicht bij STOGO. Een bureau voor onderzoek en advies op het gebied van de ruimtelijke ordening, vastgoed, ruimtelijke economie en arbeidsmarkt. Al snel volgde een baan bij de gemeente Borssele. “Een half jaar heb ik onderzoek gedaan naar de zestien kleine kernen van de gemeente Borssele. Daar bracht ik de leefbaarheid in kaart.” Daarna werkte Joost acht jaar bij het Streekgewest Westelijk Noord-Brabant. Eerst bij milieu en later regionale volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en economische zaken. De actie Tankslag herinnert Joost zich nog goed. Het saneren van olietanks bij particulieren. “In die tijd ging iedereen over op gas. Binnen 4 jaar moesten de olietanks weg zijn, vanwege kans op lekken. In totaal hebben we tweeduizend tanks gesaneerd in een gebied van ca. tweehonderdduizend inwoners.” Joost verzorgde de publiciteit rond de collectieve aanpak vanuit de regio.

Schouwsmolen

Na twee jaar in Terneuzen te hebben gewoond, verhuisden Joost en zijn vrouw naar Breda. Daar werden zijn drie kinderen geboren. Twee dochters en een zoon. De jongste dochter is nu eenentwintig. Wanneer Joost in 2000 bij het Streekgewest Geleen gaat werken, verhuisde het gezin naar Ittervoort. Niet naar een nieuwbouwwijk, maar naar een vervallen watermolen zonder waterrad. Het restaureren van de Schouwsmolen nam tien jaar in beslag. “Het eerste jaar stookten we nog op steenkool. We zijn snel op gas overgegaan en ik heb zonnepanelen op het dak van het bijhuisje laten leggen. In 2000/2001 waren zonnepanelen nog behoorlijk prijzig. Ook wilden we stroom opwekken met het water, maar dat is er niet van gekomen.” Op zijn mobiel wijst Joost naar rode zonnepanelen die hij graag zou willen hebben. In plaats van de zwarte die er nu op liggen. “De rode kleur past beter bij de kleur van het dak.”

Politieke carrière

Wanneer het gezin Van der Stappen in de molen in Ittervoort woonde, organiseerde een lokale progressieve politieke partij uit Hunsel een wandeling. De wandeling kwam ook langs de molen. “Ik vond het leuk om de molen te laten zien. De partij sprak me aan en ik werd lid.” Van 2004 tot 2007 was Joost raadslid in de gemeente Hunsel en van 2010 tot 2013 raadslid in Leudal. In 2004 was Ittervoort nog gemeente Hunsel. Met het ontstaan van de fusiegemeente Leudal ontstond er in 2007 een nieuwe progressieve partij, genaamd Progressief Leudal. In januari 2013, halverwege de raadsperiode, werd Joost benoemd tot wethouder. “Ik kreeg de sociale portefeuille. In de twee jaar die restte, heb ik geen nieuw beleid kunnen maken. Wel heb ik de discussie geleid over het Samen Zorg Huis, dat op 19 april 2019 officieel is geopend. Momenteel zit ik weer gewoon in de gemeenteraad van Leudal.”

Banencaroussel

In de periode dat Joost als raadslid actief was, draaide de banencaroussel gewoon door. Joost ging werken bij het Ministerie van Landbouw, de regionale beleidsafdeling in Eindhoven. De varkenspest was net geweest. Met de Reconstructiewet verdeelde de overheid de gebieden in compartimenten om zo bij een nieuwe uitbraak een gebied snel te kunnen afzetten en het gesjouw met varkens tegen te gaan. Wat gebeurd was, mocht niet weer gebeuren. “In die tijd ging alles wat we bedachten naar politiek Den Haag en als iedereen zijn zegje erover had gedaan, kwam het terug en herkende je nog net twee zinnen uit het ingediende plan.” Joost beantwoordde vragen van burgers en kamerleden, maar vroeg zich af wat de maatschappelijk meerwaarde ervan was. Na twee jaar had hij het wel gezien.

Er kwam een functie vrij bij de Milieufederatie Brabant. Joost vond dat hij toen genoeg bagage had om deze stap te zetten. Hij kwam op ruimtelijke ordening terecht. Samen met zijn collega’s wist hij te voorkomen dat er schaliegasboringen in Brabant werden gehouden. In Leudal hing hij het bordje Schaliegasvrije gemeente op. “Bij de Milieufederatie draaide alles om milieu. Aan de elementen people en profit van duurzame ontwikkeling werd geen aandacht geschonken. Terwijl je zowel planet, people als profit (rendement) nodig hebt om een duurzame ontwikkeling te bereiken.”

Coöperatie

Na alle bovengenoemde banen, besloot Joost voor zichzelf te beginnen en kwam bij de coöperatie Zuiderwind terecht. “Ik heb coöperatieve bewegingen in Nederland altijd interessant gevonden. In 1890 had Gemert een progressieve pater, Van Elsen genaamd, die de boeren organiseerde. Hij richtte onder andere de Boerenleenbank, melkfabrieken en de grootste coöperatie van de mengvoerderindustrie op. “Met het oprichten van de coöperaties zorgde pater Van Elzen voor meer welzijn en welvaart. 

Windpark Weert

Volgens projectleider Van der Stappen red je het niet met alleen windmolens. Het zal een combinatie moeten zijn van wind- en zonne-energie. Dit betekent dat er ook windmolens op land nodig zijn. “Als we maar blijven zeggen ‘niet bij mij in de buurt’, dan kunnen we de windmolens straks op de Noordpool in de zee zetten. Dan is al het ijs gesmolten en zijn we echt te laat. Als niemand iets doet, gaan we het zeker niet redden. Ik wil meehelpen en voorkomen dat het hier iedere zomer 40 graden Celsius wordt, zoals dit afgelopen jaren het –voor het eerst- geval was.”

Over de schoonheid van windmolens kun je discussiëren. “De windmolens die WeertEnergie en Eneco gaan bouwen, zijn nodig. Straks voorzien ze achtduizend gezinnen van stroom. Dat gaat ergens over. Ook financieel. Grote vraag is wie gaat de energietransitie vormgeven? Wie gaat dat doen? De overheid kan het niet. De overheid schrijft rapporten, maakt wet- en regelgeving. Maar dan houdt het op. Het bedrijfsleven doet het niet, vanwege de marktwerking en winstdoelstelling. Alleen de coöperaties kunnen het onder voorbehoud doen. De molens leveren geld op en dat kan een coöperatie gebruiken om mensen en overheden bewust te maken van wat zijzelf kunnen doen aan de energietransitie en om de CO2 te verminderen.” In het verlengde daarvan noemt Joost de optie om het geld dat het opwekken van duurzame energie oplevert, in te zetten voor bepaalde bevolkingsgroepen die het niet zo breed hebben. Energiecoöperaties zouden een lagere stroomprijs voor hen kunnen rekenen. Zodat ook zij kunnen meedelen.”

Energiehart van Weert

Volgens Joost van der Stappen hoeven er straks op het windpark niet alleen windmolens te staan. niet bij windmolens te blijven. “Om de energietransitie verder vorm te geven, is het belangrijk dat de aanwezige infrastructuur beter wordt benut.” Joost legt uit dat de kabels die Enexis straks van en naar het Windpark Weert trekt, zijn afgestemd op de maximale stroomlevering. “Maar het waait niet iedere dag even hard. Op de momenten dat het niet of minder waait, zou je een deel van de kabels kunnen gebruiken voor transport van zonne-energie. Zonne-energie, die wordt opgewekt met de zonnepanelen onder de windmolens. De grond bij de molens is schraal en bevat weinig humus. Daar zouden zonnepanelen geplaatst kunnen worden. Op die manier ontstaat er een duurzaam energielandschap. Zeg maar het energiehart van Weert.”